Gerrit Klijn Velderman

Gerrit Klijn Velderman, 33 jaar bedrijfsleider buitendienst bij stichting IJssellandschap

“Buiten bezig zijn, lekker in de natuur. Het mooiste dat er is.”

Al bijna 34 jaar werkt Gerrit bij IJssellandschap. Wat vindt hij van zijn werk en wat is er tegenwoordig anders dan in de tijd dat hij begon? Op een zonnige middag ontvangt hij mij op het erf bij zijn huis in het buitengebied van Diepenveen.

De telefoon van Gerrit rinkelt zodra ik het erf van Gerrit Klijn Velderman, bedrijfsleider buitendienst bij stichting IJssellandschap, op loop. De dag ervoor heeft een storm flink huisgehouden. Voor de mannen van de buitendienst betekent dat: aan de bak. Het is voorjaar, de bomen staan vol in het blad en dan zijn het ware windvangers. In het najaar, als de bomen kaal zijn, waait de wind er makkelijker doorheen. Een paar flinke bomen zijn omgewaaid. Telefonisch overlegt Gerrit met een collega welke boom nog even kan blijven liggen, en waar er bomen en takken moeten worden opgeruimd.

Voordat we aan de koffie gaan in zijn nieuwe kapschuur, “gebouwd op de palen van drie hooibergen die er vroeger al stonden”, laat Gerrit me het erf en het terrein eromheen zien. In de wei zie ik een paar prachtige volbloedpaarden. Gelijk maak ik kennis met een familietrekje. “Paarden hebben we altijd gehad. We fokken en verkopen ze. Op internationaal niveau lopen er een paar die bij ons uit de stal komen.” Het is een hobby van Gerrit, net als het onderhouden van zijn moestuin groen rondom het huis. En dat is te zien. Het ligt er allemaal prachtig bij.

Zijn hele leven woont Gerrit in dit huis in het buitengebied van Diepenveen. “Mijn overgrootvader woonde hier al. Hij was boer. Dat leverde niet genoeg op om van te leven, en daarom werkte hij ook als chauffeur van de burgemeester die een paar honderd meter verderop woonde. Dat ging met de koets natuurlijk, we spreken eind 19e eeuw. Mijn grootmoeder is hier geboren. Mijn ouders zijn hier na hun trouwen gaan wonen en kregen twee kinderen.”

Trekkerwerk
Voordat we het over het werk van Gerrit hebben, vraag ik hem naar zijn vader, die bij de Verenigde Gestichten werkte, gedetacheerd vanuit een andere organisatie, RESA, een werkvoorzieningschap. “Mijn vader deed daar van alles waar je de trekker voor nodig had. Ik weet nog dat hij hier met de trekker altijd het erf op kwam rijden.”

Gerrit zat in die tijd op de Landbouwschool. Al woonde hij op een boerderij en kreeg hij het groene leven met de paplepel ingegoten, hij sloeg aanvankelijk een ander pad in. “Installatietechniek. Daarin was werk zat. En techniek ligt me wel. Lekker knutselen, dingen maken.” Zo’n 12 jaar werkte hij in deze branche. Toen zijn vader richting pensioen ging, kwam bij de Verenigde Gestichten de vraag om een opvolger naar boven. “As oe va d’r oet geet, moet d’r wol wat veur terugkomm’n, is dat niet wat veur oe?” Door zijn werk als installateur was Gerrit vaak ver en lang van huis. Inmiddels waren zijn drie kinderen geboren. Het idee om dichter bij huis te werken, was aantrekkelijk.

Hij solliciteerde. “Ik wist dat mijn vader veel trekkerwerk deed. Maar wat hij allemaal precies voor werk deed, geen idee.” Er waren concurrenten, jongens van de boer waarvan de meesten uiteindelijk het bedrijf overnamen. Of het geholpen heeft dat ze hem via zijn vader kenden, hij weet het niet. Maar hij werd aangenomen. Het was 1985. De gasthuizen hadden hun bezittingen in die tijd niet langer nodig om de zorg te garanderen. De landgoederen werden losgekoppeld van de bejaardenhuizen en ondergebracht in een aparte landerijenstichting: de start van de stichting IJssellandschap.

“Machtig mooi” vond hij het, dat hij er aan de slag kon. Zijn ogen glinsteren als hij het over die tijd heeft. “Als 12-jarige melkte ik al koeien. Later word ik boer, dacht ik al op de lagere school. Buiten bezig zijn, lekker in de natuur. Het mooiste dat er is.” Boer werd hij weliswaar niet, maar het is duidelijk aan hem te zien dat zijn hart ligt bij het werken in de natuur. “Ik ben een jongen van buiten. Voor mij is dit gebied de hemel op aarde. Gisteren waren we in Amsterdam. Al dat steen. De mensen daar weten niet wat ze missen.”

Houtproductie als kernactiviteit

Vijf jaar lang werkte Gerrit samen met zijn voorganger, de bosbaas, totdat Gerrit die functie kreeg. “Die titel heb ik gelijk losgelaten. Ik voelde me geen baas, nog steeds niet. Ja, ik ben eindverantwoordelijk. Maar we werken met zijn allen. Bovendien dekte het de lading niet in mijn ogen. In die tijd deden we niet alleen bosbeheer, maar ook de inscharing van vee. En landbouw. Mede dankzij de veranderde pachtwet zijn we daar rond de eeuwwisseling mee gestopt. Met de inscharing van vee al zo’n vijf jaar daarvoor. Kerstbomenverkoop hebben we ook gedaan, zo’n 25 jaar. Wel tien keer hebben we het hele Dickensfestijn voorzien van kerstbomen.” Houtverkoop is nog steeds een belangrijke inkomensbron van IJssellandschap, maar niet meer van kerstbomen. Bedrijfsleider buitendienst. Die naam dekt de lading wel van al zijn werkzaamheden. Samen met zijn vijf collega’s – bijna allemaal werken ze er zo’n dertig jaar – regelt hij alles dat te maken heeft met het onderhoud en beheer van de gebieden van de stichting.

Wat houdt zijn werk in?
“Onze bosgebieden zijn verdeeld in ‘werkblokken’ van zo’n 200 hectare per werkblok. Een keer per vijf jaar pakken we alles in zo’n gebied aan dat moet gebeuren.” Een groot deel daarvan heeft te maken met de houtproductie. Gerrit is de spin in het web in het hele proces van het bepalen van wat er verwijderd kan worden, tot en met alle contacten met de aannemer. En hij heeft contact met mensen die de stichting benaderen nadat zij bijvoorbeeld iets in het bos hebben gezien als er aan een project wordt gewerkt. Dat blijkt veel vaker en sneller te gebeuren dan vroeger. Oorzaak: ondermeer de mobiele telefoon.

Met dat laatste komen we op een onderwerp waar ik erg benieuwd naar ben: de verschillen in zijn werk vergeleken met de tijd waarin hij begon.

Mobieltjes en machines
Gerrit vertelt: “Tegenwoordig moeten we veel vaker uitleggen wat we aan het doen zijn. Mensen zoeken veel vaker, en sneller, contact met ons dan vroeger. Ze zien bijvoorbeeld sporen in het bos van de machines en pakken dan soms gelijk de telefoon om te vragen hoe en wat. Wij leggen dan uit met wat voor project we bezig zijn, dat we altijd zorgen dat de plek opgeruimd wordt en dat er iets hersteld wordt als dat nodig is. Het is zo anders werken nu, met de grote machines, in plaats van met de motorzaag. Tot eind jaren ‘90 zaagden medewerkers van werkvoorzieningsorganisaties de bomen om en legden ze aan de weg. Nu doen aannemers dat met grote bosbouwmachines, die veel stiller zijn trouwens. Daar kun je echt niet meer zonder. En de mobieltjes, tja, aan de ene kant verstoren ze wel eens ons werk als we lekker buiten bezig zijn. Maar ze hebben ook een groot voordeel. Ons werk is nogal individualistisch. We beginnen ’s ochtends meestal samen met koffie in de werkplaats en gaan daarna het gebied in. Meestal werk je alleen. Als je dan bijvoorbeeld in een konijnengat trapt en je zou een been breken, dan is zo’n mobieltje heel handig!”

Klimaatverandering in het IJssellandschap
En het weer? Je hoort soms dat de winters vroeger bijvoorbeeld veel kouder waren. Merken jullie daar iets van?

“Oh ja, zeker. Door de koudere winters was de grond vaker bevroren dan nu. Klussen in een bepaald gebied kon je dan makkelijker afmaken. Want nu kan het gebeuren dat de grond met slecht weer zo zacht is, dat een aannemer zijn machines voor andere projecten inzet en de planning aangepast moet worden.”

Ook veranderde wet- en regelgeving heeft invloed op het werk van de bosbeheerders. Zo worden tegenwoordig flora- en faunachecks gedaan voordat een project wordt gestart. Daarmee zien ze bijvoorbeeld of er ergens nesten zijn, of mierenhopen. “Vroeger hadden we net zoveel oog en respect voor de flora en de fauna. Alleen pakten we het toen anders aan: het was veel meer een kwestie van ‘naar het bos kieken’. Ik heb wel eens gehad dat ik tijdens het werk opeens oog in oog stond met een paar reeën. Die kijken je dan aan van ‘wat möt ‘ie hier dan’. Ook zijn er tegenwoordig meer partijen betrokken bij de projecten, zoals provinciale overheden. Die geven bijvoorbeeld aan dat takken bij een fietspad hoger opgesnoeid moeten worden.”

Gerrit is de man van de buitendienst, maar het valt me op dat hij veel tijd kwijt is met werk dat niet direct ‘groen’ is, maar veel meer te maken heeft met coördineren en contacten onderhouden. Vindt hij dat hij nog wel genoeg direct met het groen van doen heeft, vraag ik hem.

“Ja, gelukkig wel. Dat komt ondermeer door de vrijwilligers waar we mee werken. Er is een hele trouwe groep op dinsdag, en op zaterdag. Dankzij hen kunnen we dingen doen waar we zelf niet aan toe komen. Samen met mijn collega-landschapsbeheerder maak ik daar de planningen voor. Ik heb zeker het gevoel dat ik nog steeds dichtbij het groen sta om het zo te zeggen. Die feeling ermee hebben, dat is voor mij ontzettend belangrijk om dit werk goed te kunnen doen.”

Dat hij dichtbij het groen, zijn werk en collega’s staat, is mij in ons gesprek goed duidelijk geworden. Hoe kijkt hij aan tegen wat hij en zijn team hebben neergezet in de afgelopen jaren, en wat wenst hij voor de toekomst?

“Ik heb het idee dat we de goede weg zijn ingeslagen en vind dat we daar ook zeker mee door moeten gaan. Je zou kunnen zeggen, we zijn met IJssellandschap nu zo’n 750 jaar onderweg, en we hebben van alles overleefd. Wat mij betreft is de intentie: we gaan voor de volgende 750 jaar. Continuering. Doorgaan met hoe het nu is opgezet. En daarbij uitgaan van je nuchtere verstand van zaken en je pragmatisch opstellen. Niet alles vanaf ‘de computerschermen’ willen doen. Van dichtbij en niet van afstand. Dat bevalt mij zelf in mijn werk ook het beste. Als je even ergens niet bent geweest, dan kan het er zomaar anders uitzien. Je hoeft niet alles onder controle te houden, dat kan ook niet. Dat je soms iets ziet en denkt, hier hadden we wel dit of dat kunnen doen, dat blijf je houden.

De band tussen de mensen in het IJssellandschap en de organisatie vind ik daarbij ontzettend belangrijk. Het werk gebeurt tegenwoordig meer van achter het bureau. Vroeger kwamen de rentmeesters wat vaker langs. Schoven even aan de keukentafel aan. ‘Ik kom efkes kiek’n, hoe geet ’t hier, hoe is ’t met de kinder.’ Het kost tijd, maar dat persoonlijke contact houden, dat vind ik zo belangrijk.”

Over Gerrit Klijn Velderman
Sinds 1985 werkt Gerrit Klijn Velderman bij IJssellandschap (eerst nog kort bij de voorganger, de Verenigde Gestichten), vanuit de gemeente Deventer wordt hij gedetacheerd. Vanuit de werkplaats aan de Raalterweg in Schalkaar zorgt hij samen met vijf buitendienst-collega’s en een collega-landschapsbeheerder voor alles dat te maken heeft met het beheer en onderhoud van de landgoederen van stichting IJssellandschap.

Nienke Harmsen, juli 2019