September (Tijger)Spinnenmaand!

Zo richting de herfst zie je ze opvallend veel: Spinnen. 650 soorten zijn er in Nederland waarvan je er in een gemiddelde achtertuin ca 50 terug vindt. Al is er een groot aantal mensen die van ze gruwen, ze zijn echt heel nuttig om een natuurlijk evenwicht in stand te houden. Doordat ze allerlei kleinere insecten (muggen!) en andere kruipertjes eten hebben wij er minder overlast van. Je ziet ze in het najaar meer omdat ze dan simpelweg volgroeid zijn, en dus opvallen. Daarnaast kruipen ze graag je huis in omdat de nachten kouder worden én vallen hun webben buiten meer op vanwege de dauw.

Tijgerspin
Vorige week kwamen we in het veld een indrukwekkende spin tegen, de Tijgerspin. Ook wel wespspin genoemd.
Vooral de vrouwtjes met hun 2 cm, in tijgerprint gehulde lijfje vallen op. De dofbruine mannetjes van ca. 5 millimeter kan je daarentegen nauwelijks zien. Ze zijn na de paring wel een lekker klein hapje voor de vrouwtjes. Van oorsprong komt deze spin uit de landen rondom de middellandse zee, maar ze is uit eigen beweging hoger Europa in gekropen en komt nu zelfs in Scandinavië voor. Nattere natuur heeft de voorkeur.

Het vrouwtje maakt een grote bruinkleurige cocon, formaat golfbal, en legt daar haar eitjes in. Gedurende de winter kun je die aantreffen, opgehangen tussen struikgewas of grashalmen. Als de jongen uit het ei komen zweven ze aan lange draden door de wind over grote afstanden. Van het vasteland zo naar de Waddeneilanden bijvoorbeeld.

Je hebt niets van ze te vrezen want ze zijn voor mensen totaal ongevaarlijk. Tussen het gras levende dieren zoals sprinkhanen, kevers en libellen zijn minder fortuinlijk als ze in het web belanden. Dan pakt de spin ze gauw in om op een hongerig moment te verorberen.

@fotoklaasbrand (tijgerspin met cocon in het IJssellandschap)