Kostkoperschap

(Verhalenpaal 4, Ganzekooisweg Diepenveen, ter hoogte van Veldhuizerdijk )

In 1376 geeft Aleijt Haderslief haar boerderij en grond op Erve Veldhuis aan het Heilige Geestgasthuis in ruil voor een onbezorgde oude dag in het gasthuis in Deventer.

Ze heeft geen keus, dat weet Aleijt eigenlijk ook wel. Want wat moet ze nu haar man overleden is  helemaal alleen op Erve Veldhuis? Het is weliswaar een klein houten vertrek met een vuurplaats. Hier werkt en kookt ze en slaapt ze onder een sprei in het stro. En ook het vee verblijft in die ene ruimte.  Maar toch is het zwaar voor Aleijt, ook voor haar beginnen de jaren te tellen. Haar lijf doet zeer. En een vrouw alleen is geen partij voor rovers, landlopers of ander gespuis. Nee, tenzij ze een nieuwe man vindt, wacht haar hier op haar eenvoudige boerenplaats diepe armoede.

Als Aleijt een rustige en veilige oudedag wil, is het zaak te vertrekken. Van ketellappers en buren hoort ze dat de gasthuizen in Deventer niet meer alleen voor reizigers van heinde en verre bedoeld zijn, maar ook voor vrouwen, kinderen, armen en behoeftigen. Ja, zelfs zieken en mensen die geestelijk in de war zijn, vinden er onderdak. Men leefde er zoveel mogelijk volgens de zeven deugden van barmhartigheid: de hongerigen spijzen – de dorstigen laven    – de naakten kleden– de pelgrims huisvesten  – de zieken bezoeken  – de gevangenen verlossen– de doden begraven.

Op een wintermorgen loopt ze met een kennis over de bevroren paden naar het Heilige-Geest-Gasthuis. Ze wordt er met open armen ontvangen. In ruil voor de grond en haar bezittingen zal ze tot haar dood in het gasthuis worden verzorgd. Dit principe wordt kostkoperschap genoemd.

Het lijkt Aleijt een prettig idee. Ze tekent het contract. In een acte uit 1376 is te lezen dat Aleijt naast een portie winterrogge en wat kleingeld ook bedongen heeft dat er na haar dood bij elke bestuursbijeenkomst in het Gasthuis een kaars van 1 pond wordt opgestoken als aandenken aan haar en om haar zielerust te schenken.

Aleijt woont zoals afgesproken tot haar dood in alle rust en veiligheid in het gasthuis. Vele vrouwen van haar leeftijd en in dezelfde situatie nemen hetzelfde besluit. Op deze manier krijgt het Gasthuis veel grond en boerderijen in haar bezit. In 1880 gaat in Deventer een tiental gasthuizen en gestichten samen verder als één instelling van weldadigheid onder de naam ‘De Verenigde Gestichten.’ In 1986 ontstaat hieruit Stichting IJssellandschap. De zorgtak gaat tijdelijk verder onder de naam De Verenigde Gestichten, later Zorggroep Solis.