De ondergang van Voute

(verhalenpaal 1. Bockhorsterstraat Olst)

Lenie de huishoudster die Huize de Haere erft; wie had dat ooit gedacht? Natuurlijk heeft ze het direct weer verkocht. Dat grote in verval geraakte kasteel was een blok aan haar been. Met de verkoop hoeft ze nooit meer op zoek naar een nieuwe betrekking. Een genoegdoening voor de zware jaren die ze in dienst was bij Pierre Gustave Voute.

De ouders van Pierre Gustave Voute kopen in 1840 het lieflijke 16e-eeuwse landgoed met echt ridderkasteel. Het dient als zomerverblijf, wonen doen ze in Amsterdam. Pierre Gustave is dan twaalf jaar. Hij, ongeremder en onbesuisder dan andere kinderen is er graag en zwerft het liefst hele dagen over het landgoed. Als Pierre Gustave 17 jaar is, overlijdt zijn vader. Zijn moeder verkoopt het landgoed. Vanaf dan gaat het bergafwaarts met Pierre Gustave. Hij wordt steeds eigenzinniger. Ten einde raad stuurt zijn moeder hem naar familie in Parijs.

Wat precies volgt weet niemand, maar Lenie hoort later dat Pierre Gustave in zijn zucht naar sensatie in het verkeerde circuit belandt en als spion voor Pruisen, het latere Duitsland, komt te werken. Al gauw komen de Fransen er achter dat hij heult met de vijand. In de gevangenis gaan ze dan ook niet zachtzinnig met hem om. Het toch al wiebelige karakter van Pierre Gustav wordt er tijdens de folteringen niet stabieler op en hij belandt in een zware depressie.

Toch lukt het hem terug te vluchten naar Nederland waar zijn spionagewerk binnen zijn kringen bekend blijkt. Een landverrader, zo oordelen de mensen, hij wordt niet langer geaccepteerd. De aankondiging in de krant ‘Landgoed te koop te Olst/Hengforden’ komt als een geschenk uit de hemel. Met wat geluk en oud familiegeld lukt het hem terug te keren op zijn geliefde Haere. In de hoop een nieuw leven te beginnen, vestigt hij zich in het kasteel en neemt Lenie aan als huishoudster.

Maar de herinneringen aan Parijs blijken onuitwisbaar. Lenie is bang voor Pierre Gustave. ’s Nachts sluipt hij regelmatig over de velden. Overdag bedenkt hij groteske plannen die moeten bewijzen dat hij nog steeds meetelt bij de Nederlandse patriciërs. Een nieuwe poort moet er komen, in middeleeuwse stijl. Een Folly (gekkigheid) noemen de Engels dat. Maar het geld raakt op en na één toren houden de bouwers het voor gezien. Wel schijnt er ergens bij de Haere een ondergrondse geheime gang te zijn gegraven zodat hij kon vluchten, mochten de Fransen hem komen halen. In 1901 sterft hij berooid en eenzaam in het vervallen kasteel dat hij nalaat aan zijn steun en toeverlaat Lenie, de huishoudster.

Dit verhaal is losjes gebaseerd op de feiten